Rookmelders, omdat bij brand iedere seconde telt!

Meer informatie

Draagbare blustoestellen

LET OP! Neem nooit onnodig risico, zorg dat u op veilige afstand bent en bel zo snel mogelijk de brandweer.

Het zou ideaal zijn voor de gebruiker als alle toestellen op dezelfde wijze bediend zouden kunnen worden en universeel inzetbaar zouden zijn. Toch moet er onderscheid gemaakt worden in soorten branden (brandklassen) en dat leidt automatisch tot een onderscheid in blusstoffen. Verder kan er onderscheid gemaakt worden naar bediening, hoeveelheid blusstof en werkingsmechanismen. Het Besluit Draagbare Blustoestellen van 1986 schrijft voor dat op ieder blustoestel een duidelijk etiket aanwezig moet zijn, waarop in ieder geval vermeld moet staan:

- Het soort blustoestel met het type en de vulling, alsmede een opgave van het blusvermogen.

- De gebruiksaanwijzing en de pictogrammen van de brandklassen waarvoor het blustoestel geschikt is.

- De beperkingen en de gevaren van het gebruik van het blustoestel.

- Naam en adres van de leverancier of producent, alsmede het rijkskeurmerk en het productiejaar.

- Bovendien moet op het blustoestel aangegeven zijn hoe gehandeld moet worden na gebruik en welke blusstoffen en drijfgassen bij hervulling gebruikt moeten worden.

Om een optimaal bluseffect te krijgen moet de juiste blusstof bij een brand worden toegepast. Het is wel mogelijk om met andere blustoestellen een bepaalde brand te bestrijden, maar het effect zal dan veel minder zijn, of de beschikbare hoeveelheid blusstof is onvoldoende. Ook kunnen bij verkeerd gebruik van bepaalde blusstoffen gevaarlijke situaties ontstaan, bijvoorbeeld bij het blussen van metaalbranden of onder spanning staande apparatuur met water.

Klasse-indeling van de diverse brandtypen:

            Brandklasse A:

                        Brandstof:       Vaste stoffen die onder gloedvorming verbranden

                        Kenmerken:    Gloed en vlammen

                        Voorbeelden:   hout, papier textiel en plastic. Sommige van deze stoffen veroorzaken een kernbrand.

           Brandklasse B:

                        Brandstof:       Vloeistoffen en smeltende vaste stoffen

                        Kenmerken:    Vlammen

                        Voorbeelden:   plantaardig vet, benzine, olie petroleum, verf en teer.

           Brandklasse C:

                        Brandstof:       Gassen

                        Kenmerken:    Vlammen

                        Voorbeelden:   butagas, LPG, acetyleen en aardgas.

            Brandklasse D:

                        Brandstof:       Metalen

                        Kenmerken:    Gloed

                        Voorbeelden:   magnesium, natrium en aluminium.

            Brandklasse F:

                        Brandstof:       Vet

                        Kenmerken:    Vlammen

                        Voorbeelden:   frituurvet, olie.

Niet-geclassificeerde branden zijn branden die plaatsvinden bij elektrische apparatuur onder spanning.

 

Grootte van de blusser

Blussers zijn er met een 1, 2, 3, 6, 9 en 12 kilo inhoud voor poederblussers, 2, 3, 6, 9 en 12 liter inhoud voor (sproei)schuimblussers en 2 en 5 kilo inhoud voor CO2 blussers (koolzuursneeuw/koolzuurgas). Er moet eerlijk vermeld worden dat de blussers met een inhoud van 1 kilo minder krachtig blussen, en een kleinere blusstraal hebben. De meeste blussers hebben een druk van 10 tot 15 bar. Stikstof wordt meestal gebruikt als drijfgas. Het is belangrijk om regelmatig de druk van de blusser te controleren. Dit kunt u doen met een manometer. Wanneer er maar een klein lek in de blusser aanwezig is zal deze naar verloop van tijd niet meer bruikbaar zijn.
Lees regelmatig goed wat er op het etiket staat. Op deze manier hoeft u in geval van nood niet eerst aandachtig de gebruiksaanwijzing door te nemen. Zoals al eerder vermeld zijn niet alle blusmiddelen geschikt voor het blussen van elk type brand.

 

Weet hoe uw blusser werkt, want bij brand telt iedere seconde.

 

Hoe gebruikt u een brandblusser?

- Bij brand moet u altijd als eerste controleren of het blusmateriaalgeschikt is om betreffende brand te blussen.
- Houdt de blusser altijd zover mogelijk voor u uit.
- Let erop dat u altijd een eventuele borgpin moet verwijderen voordat u kunt blussen.
- U moet altijd proberen het vuur zo dicht mogelijk te benaderen.
- U moet proberen de blusser tijdens het blussen zoveel mogelijk rechtop te houden.
- Kijk altijd voor directe vluchtwegen of uitgangen om u heen.
- Een brand moet u blussen vanonder naar boven en van voor naar achteren.
- Wanneer u buiten aan het blussen bent moet u altijd met de wind mee blussen.
- U moet ten alle tijde vluchten wanneer u de brand niet onder controle kunt krijgen.
- Ook na het blussen kan er nog materiaal smeulen. Houd dit dus altijd goed in de gaten.
- Wanneer er gevaarlijke stoffen in de ruimte zijn kunt u beter vluchten in verband met ontploffingsgevaar.
- Blus met korte stoten.
- Blus grotere branden zoveel mogelijk met meerdere toestellen tegelijk.
- Loop na de blussing achterwaarts terug (niet omkeren!) en houd het blustoestel gereed in verband met een eventuele herontsteking.
- Laat na gebruik het blustoestel direct hervullen door leverancier of onderhoudsbedrijf.

 

Plaatsing

Blustoestellen moeten in een huis zodanig worden verdeeld en opgehangen dat bij een calamiteit het blustoestel zo snel mogelijk kan worden ingezet. Omdat ieder complex zijn eigen specifieke gevaren heeft, is die verdeling van blustoestellen maatwerk. Er bestaan wel een aantal regels die bij een indeling behulpzaam kunnen zijn:

  1. Blustoestellen moeten duidelijk zichtbaar worden opgehangen.
    1. Blustoestellen moeten direct inzetbaar zijn.
    2. Blustoestellen moeten in of bij vluchtwegen worden opgesteld, onder andere in gangen, hallen, trappenhuizen en nooduitgangen.

Als richtlijn voor de verdeling van blustoestellen wordt uitgegaan van de brandgevaren in die ruimten. Per 200 m2 of gedeelte daarvan moet een blustoestel aanwezig zijn, met een minimum van twee toestellen per ruimte of verdieping. Onder een blustoestel wordt verstaan:

- Schuimblusser
- Schuimblusser met sproeistraal
- Poederblusser
- Koolzuursneeuwblusser

Uiteraard moeten de blustoestellen afgestemd zijn op het type brand dat in de ruimte kan worden verwacht. Voor ruimten of verdiepingen die kleiner zijn dan 100 m2 kan met een blustoestel worden volstaan, zoals kantoren, kantines zonder keuken en opslagruimten van brandongevaarlijke goederen,evenals voor huizen kleiner dan 50 m2 met een laag brandgevaar .

 

Instructie

Niet alle blustoestellen zijn gelijk en er wordt niet dagelijks gebruik van gemaakt. Er is een aantal punten waarop men moet letten, zodat in geval van brand niet eerst het etiket van het blustoestel moet worden gelezen, waarna het blustoestel al op grote afstand van de vuurhaard in werking wordt gesteld, zodat het leeg is voor het heeft geblust. Deze punten, die voor iedereen gelden, zijn:

- Leer de bediening en de werking van de aanwezige blustoestellen.
- Oefen regelmatig met blustoestellen.
- Ken de plaats van de blustoestellen.

De waarde van het blustoestel wordt groter als men er deskundig mee om kan gaan. Na regelmatige instructies/oefening zal blijken dat ook moeilijkere en grotere branden met kleine blusmiddelen kunnen worden geblust.