Rookmelders, omdat bij brand iedere seconde telt!

Meer informatie

Blusstoffen

In onderstaande tabel is aangegeven welke blusstof geschikt is voor welke brand en bij welke blusstoffen in bepaalde situaties een gevaar voor de gebruiker kan ontstaan. Bij alle branden moet apart rekening worden gehouden met apparatuur die onder elektrische spanning staat, zoals schakelkasten, transformatoren en computers.

Water:                        Water is een goede blusstof, is goedkoop, bijna altijd toepasbaar en aanwezig.

Bluswerking:               afkoeling, verdringing zuurstof (door stoomvorming).

Middelen:                    slanghaspels, blustoestellen.

Toepassing:                vaste stofbranden, verdunbare vloeistoffen.

Onbruikbaar bij:         branden van elektrische spanningvoerende apparatuur, branden van niet verdunbare vloeistof, gasbranden, metaalbranden.

Voordelen:                  groot koelend vermogen, goedkoop, meestal in grote hoeveelheden aanwezig, ongevaarlijk.

Nadelen:                     elektrisch geleidend, vorstgevoelig, waterschade, ongeschikt voor vloeistofbranden, vervuiling.

 

Poeder:                      is een goede blusstof en is, afhankelijk van het type poeder, geschikt voor bijna alle typen branden.

                                     De letteraanduiding bij een poeder geeft aan voor welke brandklasse(n) het bestemd is.

Bluswerking:              negatieve katalyse, soms afdekking.

Middelen:                    blustoestellen, poederbluswagens tot 50 kg.

Soorten:                      natriumbicarbonaat (BC-poeder), kaliumcarbonaat (BC-poeder), mono ammoniumfosfaat (ABC-poeder), kaliumchloride (D poeder).

Toepassing:                vastestofbranden, vloeistofbranden, gasbranden.

Bruikbaar bij:              poeder is bruikbaar bij de meeste branden, doch kan veel schade veroorzaken, vooral aan elektrische en elektronische

                                      apparatuur.

Voordelen:                  niet elektrisch geleidend, overal toepasbaar, niet vorstgevoelig.

Nadelen:                      vermindering van zicht, gevolgschade, moeilijk op te ruimen.

 

Koolzuurgas:             (Koolzuursneeuw/CO2) is onbrandbaar, zwaarder dan lucht en geeft nauwelijks nevenschade

Bluswerking:               verdringing van zuurstof en iets koelende werking.

Middelen:                    blustoestellen, bluswagens.

Toepassing:                vloeistofbranden, branden van elektrische spanningvoerende apparatuur.

Onbruikbaar bij:         vastestofbranden met gloedvorming, metaalbranden.

Voordelen:                   niet elektrisch geleidend, niet vorstgevoelig, weinig nevenschade.

Nadelen:                      verwaait in open lucht, verdrijft zuurstof, dus gevaarlijk in gesloten ruimte, bevriezing van de huid bij direct contact, statische

 elektriciteit.

 

Schuim:                      heeft een goede afdekkende werking en komt in verschillende hoedanigheden voor, waardoor het bij diverse soorten branden is

 toe te passen.

Bluswerking:               afdekking.

Middelen:                     blustoestellen, slanghaspels met tussenmenger, bluswagens tot 50 liter.

Soorten:                      chemisch schuim; mechanisch (lucht)schuim; AFFF (light water).

Toepassing:                chemisch schuim wordt alleen nog in blustoestellen gebruikt voor speciale toepassingen, bijvoorbeeld in een vorm die

 alcoholbestendig is.

                                      Mechanisch schuim komt niet voor in draagbare blustoestellen. Verder zijn er toestellen waarmee water met AFFF met een

 gebonden straal op de brand wordt gebracht en de schuimblusser waarbij druppeltjes water met AFFF in een sproeistraal

 uit het toestel komen en op de brandende stoffen een afdekkende laag vormen.

Onbruikbaar bij:         gasbranden en metaalbranden en bij gebruik van water met AFFF in een gebonden straal bij spanningvoerende elektrische

 apparatuur.

Voordelen:                  weinig gevaar voor de gebruiker (zelfs bij ondeskundig handelen) en weinig nevenschade door het blusmiddel, hetgeen niet

 wegneemt dat reconditioneren door de brandschade wel nodig kan zijn.

Nadelen:                     vorstgevoelig.

 

Zand:                           is algemeen toepasbaar en goedkoop.

Bluswerking:               afdekking.

Middelen:                    blusemmers, bluskisten.

Toepassing:                vloeistofbranden.

Onbruikbaar bij:         branden van elektrische spanningvoerende apparatuur.

Voordelen:                   in grote hoeveelheden voorradig, goedkoop.

Nadelen:                      nevenschade aan apparatuur, vernieling van machines.

 

Blusdeken:                 is algemeen toepasbaar en goedkoop

Bluswerking:               afdekking.

Middelen:                    blusdeken.

Toepassing:                 personen en alle kleine branden.

Onbruikbaar bij:         grote branden.

Voordelen:                   opnieuw te gebruiken, goedkoop.

Nadelen:                      geen.

 

De bluswerking van de verschillende blusstoffen is niet gelijk. Water wordt hoofdzakelijk gebruikt om de brandende stof te koelen. Daar komt bij dat door stoomontwikkeling de zuurstof kan worden verdrongen. Bij schuim wordt het bluseffect bereikt door afdekking van de brandende stoffen. Dit voorkomt verdere opwarming van de brandstof door de vlammen en vermindert zo de hoeveelheid brandbare dampen die vrijkomt. Bij poeder wordt het blussend effect bereikt doordat wordt ingegrepen in de chemische reactie van de brand (negatieve katalyse). Sommige poeders vormen ook nog een afdekkend laagje over de brandende stoffen. Tenslotte kan plaatselijk de zuurstof worden verdrongen zoals bij gebruik van kooldioxide.